0 Winkelmand
Inhoud winkelmand
Totaal: € 0,00
Bestel nog voor € 20,00 en profiteer van gratis verzending!
Bestellen

Kenmerken van een ontwikkelingsvoorsprong

1 juni 2018
Kenmerken van een ontwikkelingsvoorsprong

Lijkt jouw peuter of kleuter ‘verder’ te zijn dan leeftijdsgenootjes? Dan vraag je je misschien af of je kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft. In dit artikel beschrijft hoogbegaafdheidsspecialist Ragnild Zonneveld hoe je een ontwikkelingsvoorsprong kunt herkennen. Wist je dat niet alleen een cognitieve voorsprong maar ook bepaald gedrag kenmerkend kan zijn?

In dit artikel bespreek ik een aantal kenmerken die voorkomen bij kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong, als het gaat over vermoedelijke hoogbegaafdheid. Zoals altijd met kenmerkenlijstjes ligt het gevaar op de loer dat het een soort afvinklijstje wordt: “Scoort uw kind minstens 8 uit 10? Gefeliciteerd, u gaat door voor de IQ-test!”
 
De praktijk is natuurlijk weerbarstiger en enige nuance is op zijn plaats: in de literatuur worden kenmerken genoemd die bij veel kinderen, die later hoogbegaafd bleken te zijn, al op jonge leeftijd voorkwamen. Echter: niet alle kinderen die een ontwikkelingsvoorsprong hebben, vertonen alle kenmerken. En niet alle kinderen die veel kenmerken vertonen, worden later als hoogbegaafd getest.

 

Snelle cognitieve ontwikkeling

De kenmerken waardoor men aan mogelijke hoogbegaafdheid gaat denken, hebben vaak te maken met de cognitieve ontwikkeling en grote intellectuele capaciteiten. We zien dan dat kinderen grotere en snellere ontwikkelingsstappen maken en soms stappen overslaan. Kinderen die al heel vroeg lopen bijvoorbeeld, of die niet eerst beginnen te brabbelen maar meteen goed praten.
 
Die vroege en snelle taalontwikkeling is iets wat we heel vaak tegenkomen. Kinderen hebben al op jonge leeftijd een uitgebreide woordenschat en laten adequaat taalgebruik met complexe zinnen horen.
 
Een sterk geheugen en oog voor detail worden ook vaak genoemd. Kleuters die precies weten wat ze toen die keer bij opa en oma hebben gegeten en gedaan (soms van jaren geleden!), of een peuter die je zonder problemen de weg van thuis naar de opvang kan vertellen.
 
Een vroeg abstract denkvermogen, vooruit kunnen denken, snel van begrip, verbanden kunnen leggen, eindeloze leer- en nieuwsgierigheid en soms ongewone interesses kunnen er ook bij horen. Zoals de kleuter, die constateerde dat het tien over twaalf was en vervolgens zei: ‘O, dan is het in Madagaskar nu dus tien over twee!”

 

Intensief voelen en zijn

Zoals beschreven in het artikel Een ontwikkelingsvoorsprong, wat is dat eigenlijk? zijn er ook kenmerken die meer te maken hebben met het ‘voelen en zijn’ dan met het ‘kunnen’: de zogenaamde zijnskenmerken.
 
Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen bijvoorbeeld intens reageren op prikkels, zoals geluiden, fel licht, kriebelige stoffen of de textuur van eten. Ook emotioneel kunnen ze alles heel intens beleven: ze zijn snel van slag, hebben vaak veel behoefte aan duidelijkheid en structuur, kennen veel angsten en doorvoelen emoties intens. Dit zijn de kinderen waarvan al snel gezegd wordt dat ze ‘sociaal-emotioneel zwak' of 'jong’ zijn. Of waarbij gedacht wordt aan autisme.
 
Die intensiteit kan zich ook fysiek uiten: een schijnbaar ontoombare energie, constant iets nieuws uitproberen, snel verveeld zijn: deze kinderen gaan stuiterend door het leven. Dat wordt niet altijd positief ontvangen door de buitenwereld en soms voor ADHD aangezien.
Ook kunnen ze enorm creatief zijn in het bedenken van nieuwe dingen of het gebruik van materialen; maar dan misschien niet op de manier waarop je het als ouder had bedacht.
 
Perfectionisme en faalangst gaan bijna hand in hand: deze kinderen leggen voor zichzelf de lat heel hoog, en vaak beginnen ze ergens niet aan als ze niet zeker weten dat het in één keer lukt: zoals leren fietsen of een tekening maken.
 
Ten slotte worden ouders en opvoeders van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong vaak geconfronteerd met een zeer sterke eigen wil, een sterk rechtvaardigheidsgevoel, een kritische instelling en grote behoefte aan autonomie: “Ik ben twee en ik zeg nee”, maar dan in het kwadraat! Kinderen die van de peuterpuberteit naadloos over lijken te gaan naar de prepuberteit en de puberteit.
 

Intens voor kinderen en ouders

Niet alleen voor de kinderen zelf, maar ook voor de ouders is het vaak intens. Het vraagt veel energie, zeker als je een peuter hebt die slapen iets vindt voor kleine kinderen, de hele dag vraagt waarom je iets doet, een driftbui krijgt omdat hij niet op sokken naar de winkel mag, vervolgens zijn sokken gaat wassen met scheerschuim en je ten slotte aan het eind van een vermoeiende dag feilloos op je woorden vangt (want je had toch gezegd dat zijn sokken vies werden?). 
 
De cognitieve kenmerken – het kunnen – worden vaak wel als zodanig herkend door de buitenwereld. De zogenaamde ‘zijnskenmerken’ – het voelen en zijn - worden bij jonge kinderen niet altijd gelinkt aan een ontwikkelingsvoorsprong, omdat veel mensen niet weten dat die kenmerken ook bij hoogbegaafdheid kunnen horen.
 
Dat leidt regelmatig tot onbegrip, frustratie, eenzaamheid en verdriet bij zowel het kind als zijn ouders. Daarom is het zo belangrijk dat de signalen op de juiste waarde worden geschat en in de juiste context worden gezien!
 

Over de auteur:

Ragnild Zonneveld is opgeleid als Specialist in Gifted Education aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is gespecialiseerd in de vroegsignalering van hoogbegaafdheid en past deze kennis toe in haar werk in de kinderopvang en het basisonderwijs. Ook heeft ze haar eigen praktijk Vroegwijs, waarin ze advies en begeleiding biedt aan ouders, scholen en kinderopvangorganisaties én hoogbegaafde kinderen begeleidt. Ragnild is moeder van een hoogbegaafde dochter.
 

Literatuur:
  • Blom, S. (2011). Hoogbegaafdheid zo snel mogelijk (h)erkennen: ogen open in de onderbouw. Het Jonge Kind, 9, 8-11.
  • Buhl, S. (2014). Potentiell hochbegabter Vorschulkinder in Greifswalder Kindertagesstätten. Unpublished Master’s Thesis, Hochschule Neubrandenburg.
  • Cukiercorn, J.R., Karnes, F., Manning, S.J., Houston, H. & Besnoy, K. (2007). Serving the preschool gifted child: programming and resources. Roeper Review, 29:4, 271-276.
  • Edwards, K. (2009). Misdiagnosis, the recent trend in thinking about gifted children with ADHD. APEX, 15:4, 29-44.
  • Gagné, F (2009). Talent development as seen through the differentiated model of giftedness and talent. In T. Balchin, B. Hymer & D.J. Matthews (Red.), The Routledge International Companion to Gifted Education (155-160). Abingdon, UK: Routledge.
  • Gerven, E. van (2009). Slimme kleuters. In E. van Gerven, Handboek Hoogbegaafdheid. Assen: van Gorcum.
  • Gross, M. (1999). Small poppies: highly gifted children in the early years. Roeper Review, 21:3, 207-214.
  • Houten-van den Bosch, E.J. van, Kuipers, J. en Peters, W.A.M. (2010). Hoogbegaafde kinderen. In Drs. J.B.M. Bronkhorst et al., Spraak, taal en leren (223-241). Houten, NL: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Jackson, N.E. (2003). Young gifted children. In N. Colangelo & G.A. Davis (Ed.), Handbook of Gifted Education (470-482) (3e druk). Boston, USA: Pearson Education.
  • Kieboom, T. (z.d.). Hoogbegaafdheid een gave of vergiftigd geschenk? CBO Antwerpen, België.
  • Kooijman- van Thiel, M. (2008). Hoogbegaafd, dat zie je zó! Ede, NL: Oya Poductions
  • Koshy, V. (2009). Too long neglected: giftedness in younger children. In T. Balchin, B. Hymer & D.J. Matthews (Red.), The Routledge International Companion to Gifted Education (155-160). Abingdon, UK: Routledge.
  • Kuzujanakis, M. (2013). Interview with Marianne Kuzujanakis on Misdiagnosis. Geraadpleegd 27 december 2015, van http://www.davidsongifted.org/db/Articles_id_10778.aspx
  • Misdiagnosis and Dual Diagnosis of Gifted Children. Geraadpleegd 27 december 2015, van http://sengifted.org/archives/articles/misdiagnosis-and-dual-diagnosis-of-gifted-children
  • Müller, Th. (2002). Mijn kind is hoogbegaafd. Aartselaar. Be: Deltas.
  • Sankar-Deleeuw (2004). Case studies of gifted kindergarten children: Profiles of promise. Roeper Review, 26:4, 192-207.
  • Silverman, L.K. (z.d.) Misdiagnosis and Missed Diagnosis: Giftedness and Disorders. Geraadpleegd 27 december 2015, van http://giftedhomeschoolers.org/resources/parent-and-professional-resources/articles/issues-in-gifted-education/misdiagnosis-and-missed-diagnosis-giftedness-and-disorders/
  • Sweeney, N. S. (z.d.). Gifted children have special needs, too. Geraadpleegd 31 januari 2016, van http://www.earlychildhoodnews.com/earlychildhood/article_view.spx?ArticleID=248.
  • Verhoeven, M. (2015). Hoogbegaafde leerlingen met psychiatrische problematiek: wat betekent dat in het onderwijs? Publicatie Onderwijsconsulenten+, Den Haag.
  • Walsh, R. L., Hodge, K. a., Bowes, J. M., & Kemp, C. R. (2010). Same Age, Different Page: Overcoming the Barriers to Catering for Young Gifted Children in Prior-to-School Settings. International Journal of Early Childhood, 42(1), 43–58.
  • Webb, J.T., Amend, E.R., Webb, N.E. & Goerss, J. (2013). Misdiagnose van hoogbegaafden. Assen, NL: Koninklijke Van Gorcum.

0 reacties

Reageer

Reageer op dit artikel

  • Maximaal 1000 tekens
Uw reactie is ontvangen. Deze zal op de site getoond worden nadat deze is goedgekeurd door de webmaster.
Het verwerken van uw reactie is mislukt, probeer het nogmaals.