Om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn, maken wij gebruik van cookies. Door uw bezoek aan deze website gaat u hiermee akkoord.
0 Winkelmand
Inhoud winkelmand
Totaal: 0,00
Bestellen

Een ontwikkelingsvoorsprong, wat is dat eigenlijk?

25 mei 2018
Een ontwikkelingsvoorsprong, wat is dat eigenlijk?

Van slimme peuters en kleuters wordt nog niet gezegd dat ze hoogbegaafd zijn, maar dat ze een ontwikkelingsvoorsprong hebben. Waarom is dat zo en wanneer hebben kinderen een ontwikkelingsvoorsprong?

Wat is een ontwikkelingsvoorsprong?

De term ontwikkelingsvoorsprong heeft eigenlijk een dubbele betekenis. De term komt oorspronkelijk uit de ontwikkelingspsychologie en betekent dan niets meer of minder dan dat een kind op één of meer gebieden duidelijk voorloopt in zijn ontwikkeling ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten.

Jonge kinderen ontwikkelen zich vaak sprongsgewijs en een eventuele voorsprong hoeft dus niet blijvend te zijn. Of je kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft op een bepaald gebied, is feitelijk vast te stellen. Een kind dat bijvoorbeeld met negen maanden los kan lopen, loopt voor op zijn leeftijdsgenootjes.

 

Is mijn kind hoogbegaafd?

Als je bij een peuter of kleuter het vermoeden hebt van hoogbegaafdheid, wordt er ook vaak gesproken van een ontwikkelingsvoorsprong. Hoe zit dat?

Of je peuter of kleuter hoogbegaafd is, is feitelijk nog niet vast te stellen. In Nederland gaan we er namelijk van uit, dat grote cognitieve capaciteiten horen bij hoogbegaafdheid. We gebruiken een IQ-test om de cognitieve capaciteiten - en eventuele hoogbegaafdheid - te kunnen meten.

Een IQ-test is over het algemeen pas betrouwbaar vanaf ongeveer zes jaar. Het nog niet betrouwbaar kunnen meten van het IQ is een reden om nog niet te spreken van hoogbegaafdheid bij jonge kinderen.

 

Voorsprong hoeft niet blijvend te zijn

Een andere reden om te spreken van een ontwikkelingsvoorsprong in plaats van hoogbegaafdheid, is het idee dat de voorsprong niet blijvend hoeft te zijn. Kinderen ontwikkelen zich immers met sprongen, en de ontwikkeling op een bepaald gebied kan ook weer een tijdje stilstaan. Om die reden spreken we bij kleuters pas van een ontwikkelingsvoorsprong als die voorsprong groter is dan zes maanden.

Er zijn ook deskundigen die stellen dat niet alle kinderen hun voorsprong zomaar kwijt zullen raken. Bij veel kinderen die hoogbegaafd zijn, zien we namelijk dat de ontwikkeling al van baby af aan anders en vaak sneller is verlopen.

Kinderen zijn natuurlijk ook niet ‘ineens’ pas hoogbegaafd vanaf de dag dat hun IQ getest kan worden. Er is in aanleg al een bepaald cognitief potentieel aanwezig, ook bij zeer jonge kinderen.

De laatste jaren is er bovendien steeds meer aandacht voor de zogenaamde ‘zijnskenmerken’ bij hoogbegaafde kinderen. Deze kenmerken – zoals perfectionisme en een kritische instelling - kunnen bij jonge kinderen al duidelijk aanwezig zijn.

 

Hoogbegaafde peuters en kleuters

Dat hoogbegaafdheid bij peuters en kleuters niet feitelijk en betrouwbaar vast te stellen is, betekent niet dat je peuter of kleuter niet hoogbegaafd kan zijn. Omwille van de eenduidigheid echter spreken we in Nederland over kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong, als we het hebben over peuters en kleuters van wie we vermoeden dat ze hoogbegaafd zijn. We kunnen namelijk wél zien of je kind voorloopt in zijn ontwikkeling en of er andere kenmerken aanwezig zijn, die zouden kunnen wijzen op hoogbegaafdheid.

Wellicht een interessant weetje: Nederland is – voor zover ik weet – het enige land dat een aparte term hanteert voor jonge hoogbegaafde kinderen. In de landen om ons heen spreken ze over bijvoorbeeld ‘young gifted children’ of ‘junge begabte Kinder’.
 

 

Over de auteur:

Ragnild Zonneveld is opgeleid als Specialist in Gifted Education aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is gespecialiseerd in de vroegsignalering van hoogbegaafdheid en past deze kennis toe in haar werk in de kinderopvang en het basisonderwijs. Ook heeft ze haar eigen praktijk Vroegwijs, waarin ze advies en begeleiding biedt aan ouders, scholen en kinderopvangorganisaties én hoogbegaafde kinderen begeleidt. Ragnild is moeder van een hoogbegaafde dochter.

 



Literatuur:
  • Blom, S. (2011). Ogen open in de onderbouw. Het Jonge Kind, 5, 8–11.
  • Gerven, E. van (2002). Zicht op hoogbegaafdheid: handboek voor leerkrachten in het basisonderwijs. Utrecht: Lemma.
  • Gerven, E. van (2009a). Ontwikkelingen in het denken over begaafdheid. In E. van Gerven, Handboek Hoogbegaafdheid (6-21). Assen: Van Gorcum.
  • Gerven, E. van (2009b). Slimme kleuters. In E. van Gerven, Handboek Hoogbegaafdheid (128-144).  Assen: Van Gorcum.
  • Houten, E. Van, & Lagerweij, N. (2009). Ontwikkelingsvoorsprong wat weten we nou écht ? Het jonge kind, 1, 8–10.
  • Houten - van den Bosch, E. J. van, Kuipers, J., & Peters, W. A. M. (2010). Hoogbegaafde kinderen. In Spraak, taal en leren. 223–240. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Kieboom, T. (2015). Hoogbegaafd. Als je kind (g)een Einstein is. Tielt, BE: Lannoo.
  • Silverman, L. K. (1991). Importance of Early Identification of Giftedness. Highly Gifted Children, (fall 1991, winter 1992), 5, 16–17.
  • Stöger, H., Schirner, S., & Ziegler, A. (2008). Ist die Identifikation Begabter schon im Vorschulalter möglich ? Diskurs Kindheits- Und Jugendforschung, 1, 7–24.

0 reacties

Reageer

Reageer op dit artikel

  • Maximaal 1000 tekens
Uw reactie is ontvangen. Deze zal op de site getoond worden nadat deze is goedgekeurd door de webmaster.
Het verwerken van uw reactie is mislukt, probeer het nogmaals.