0 Winkelmand
Inhoud winkelmand
Totaal: € 0,00
Bestellen

Help, mijn kind loopt achter met taal

11 september 2017
Help, mijn kind loopt achter met taal

Als ouder begrijp je waarschijnlijk goed wat je kind zegt. Tegelijkertijd begrijpt je kind begrijpt goed wat jij bedoelt. Wanneer je kind naar school gaat en het blijkt dat anderen hier veel moeite mee hebben, dan kan dat best lastig zijn. Mogelijk heeft je kind een taalachterstand.

Niet begrepen worden door anderen is voor je kind erg vervelend. Je kind kan zich gefrustreerd, onbegrepen of eenzaam voelen. Als het spreken of begrijpen van anderen erg moeizaam gaat, kan dit zelfs het aangaan van vriendschappen in de weg staan. Het is logisch dat je dit graag wilt voorkomen.


Is er sprake van een taalachterstand?

Als bovenstaande situatie je bekend voorkomt, zou je kind een taalachterstand kunnen hebben. Dat is niet erg, maar wel goed om in de gaten te houden. Want met wat extra oefening kan een taalachterstand worden ingelopen. Als de taalontwikkeling van je kind niet verloopt zoals gebruikelijk, zou er ook sprake kunnen zijn van een taalstoornis. Dit is complexer dan een taalachterstand.  

Van een taalachterstand wordt gesproken als de taalontwikkeling van een kind achterloopt in vergelijking met leeftijdgenootjes. De taalontwikkeling van het kind verloopt wel goed, maar net iets trager dan gebruikelijk. Een taalachterstand kan worden vermoed door de ouder, een leerkracht of een logopedist.

Ieder kind wordt op 5-jarige leeftijd op school gescreend. In veel gevallen wordt dit gedaan door een logopedist. Indien tijdens de screening het vermoeden van een taalachterstand wordt bevestigd, kan een taaltest worden afgenomen. De behaalde score wordt vergeleken met het landelijk gemiddelde. Pas als het kind ver onder het gemiddelde scoort, kan een taalachterstand worden vast gesteld.

Een taalachterstand komt vaak voor bij jonge kinderen. Zo’n 5 tot 15 % van alle peuters en kleuters heeft problemen met hun taal en of spraak. Bij allochtone kinderen komt een taalachterstand vaker voor dan bij autochtone kinderen. Dat is begrijpelijk. In deze gezinnen komen de kinderen over het algemeen minder in aanraking met de Nederlandse taal.


Een taalachterstand kan als een verrassing komen

Het kan ook gebeuren dat je vanuit school te horen krijgt dat je kind een taalachterstand heeft. Mogelijk had je dit zelf nog niet geconstateerd, of herken je deze constatering zelfs helemaal niet. Dat komt vaker voor.

Op school kan de leerkracht het taalniveau van jouw kind vergelijken met dat van leeftijdsgenootjes. In een thuissituatie is dit vaak niet het geval. Om enigszins een beeld te schetsen wat van jouw kind verwacht mag worden, hebben we hieronder een beknopt overzicht uiteengezet.

3,6 tot 4 jaar:    

  • Je kind vertelt spontaan wel eens een verhaaltje.
  • Zo’n 50-70% van de gesproken taal is verstaanbaar.

 
4 tot 5,6 jaar:    

  • Je kind kan een verhaaltje navertellen aan de hand van plaatjes.
  • Je kind gebruikt zinnen in enkelvoud. Zinnen waar het meervoud in voorkomt, of waarin woorden veranderen, gaan nog moeizaam. (“Dat ligt op de stoels”, of “hij hebt een hond”).
  • Zo’n 75% tot 90% van de gesproken taal is verstaanbaar.

 
Vanaf 5,6 jaar:   

  • Je kind maakt goed gevormde en ook samengestelde zinnen. (“Ik ga naar huis, want ik moet eten.”)
  • Je kind is goed verstaanbaar.
  • Het taalgebruik is concreet. Een voorbeeld van een concreet woord is vliegtuig’; ter vergelijking: een abstract woord is ‘Kerst’. Concrete woorden zijn eenvoudiger uit te leggen.

 

Hoe help je een kind met een taalachterstand?

Indien bij jouw kind een taalachterstand is vastgesteld, kan er logopedie worden gevolgd. Gelukkig kun je je kind ook thuis helpen. Probeer veel met je kind te praten. Dit gebeurt al automatisch wanneer je bijvoorbeeld samen een spelletje speelt: “Nu ben jij aan de beurt”, of “ik draai een plaatje om van een clown”. Stimuleer je kind tijdens het spel ook zelf te spreken.
 
Ook is het raadzaam om je kind veel voor te lezen. Ga hierbij bewust op zoek naar interactie. Controleer af en toe of je kind de tekst begrijpt en leg uit waar nodig: “Waarom is Jip nu zo boos op Janneke?” Of leen een zoek-boek uit de bibliotheek. Jij en je kind geven elkaar afwisselend de opdracht om een afbeelding op te zoeken: “Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is een gele ballon”.
 
Zelfs als je kind extra hulp krijgt om zijn taalachterstand in te lopen, betekent dat niet automatisch dat het probleem direct is opgelost. Je kind zal vast nog wel fouten blijven maken. Dat mag ook. Want zowel bij jouw kind als alle andere kinderen is het taalproces immers volop in ontwikkeling.
 
Maakt je kind een fout, verbeter dan niet, maar geef het goede voorbeeld. Wanneer je kind zegt: “Ik heb rood bloemen plukt”, reageer dan met “Heb jij rode bloemen geplukt? Wat lief zeg!” Wanneer jij vaak het goede voorbeeld geeft, zal dit een positief effect hebben. 

0 reacties

Reageer

Reageer op dit artikel

  • Maximaal 1000 tekens
Uw reactie is ontvangen. Deze zal op de site getoond worden nadat deze is goedgekeurd door de webmaster.
Het verwerken van uw reactie is mislukt, probeer het nogmaals.